|
> Begin ruim van tevoren
met het organiseren van een lezing. Vaak is minimaal zes maanden van
tevoren voldoende.
Sommige auteurs zijn echter (veel) langer van tevoren volgeboekt. SSS
(tel.no. 020 - 623 49 23) kan u hierover informeren.
> Plant u een auteursbezoek in de Boekenweek (maart), Kinderboekenweek
(oktober), voor de afsluiting van de Kinderjury (mei, juni) of van de
Jonge Jury (januari), dan kunt u beter eerder met de organisatie
beginnen.
> Schrijvers
voor
volwassenen houden meestal lezingen van maximaal twee uur over eigen
werk. Bijvoorbeeld: voor de pauze vertellen over eigen werk en
voorlezen, en na de pauze vragen uit het publiek beantwoorden. Soms is
ook een interviewvorm mogelijk. SSS kan u hierover informeren.
> Bij
jeugdboekenschrijvers bevelen we het bezoek aan kleine groepen
(klassen of andere groepen tot 35 kinderen) van harte aan. Keer op
keer blijkt het de meest effectieve vorm te zijn. Tijdens zo'n bezoek
is er ruimte voor interactie tussen de kinderen en de auteur en komen
eventuele schrijf-, teken, spel- of andere doe-opdrachten tot hun
recht.
De schrijver kan klassen in de bibliotheek of op de scholen
bezoeken.
! TIP:
Zie ook de pagina over de ideale opzet
bij schoolbezoeken.
|
Samenwerken met
andere organisaties
> Werk
samen met de plaatselijke boekhandel, andere bibliotheken, scholen,
Stichting Kunstzinnige Vorming et cetera. Zij kunnen soms een financiële
of inhoudelijke bijdrage leveren of helpen bij het trekken van
bezoekers.
> Wilt u werken met een
klassenbezoek, informeer dan bij de scholen of zij belangstelling hebben voor een
bezoek van een schrijver aan bepaalde groepen. De organisatie en het
budget laten meestal niet toe dat elke klas van een school aan bod
komt. U moet dan kiezen voor bepaalde klassen. Bijvoorbeeld de
onderbouw, groep 5 en 6, of de derde klassen van de
middelbare school.
> Bij een klassenbezoek hebben de leerlingen zich voorbereid, zodat ze weten wie de schrijver
is en wat voor boeken hij schrijft. De schrijver leest voor, vertelt,
laat dummy's zien en beantwoordt natuurlijk de vragen van de
leerlingen.
Dat betekent natuurlijk wel dat de scholen die zich voor het bezoek
aanmelden, bereid moeten zijn om tevoren in de klassen aandacht te
besteden aan de auteur en zijn boeken. Natuurlijk kunnen de
bibliothecaris helpen
bij deze voorbereiding.
|