Schrijver op bezoek

Niet voor een bos bloemen of een fles wijn

door Thea Dubelaar

Mijn eerste boek 'Sjanetje' verscheen in 1978 en werd meteen bekroond met een zilveren griffel.
Gevolg: ik werd vanaf het begin veel gevraagd voor lezingen op scholen en in bibliotheken, altijd via de stichting Schrijvers School Samenleving. Tot op de dag van vandaag mag ik me verheugen op een prettig samenwerking met SSS die voor ons schrijvers een max aan afspraken maakt, subsidies en betalingen regelt en er voor zorgt dat de ontvangende bieb of school niet alleen het schrijversbezoek goed voorbereid met kisten vol boeken in de klassen van de diverse scholen zodat de kinderen al veel hebben kunnen lezen voor de schrijver komt, maar die er ook voor zorgt dat de school/bieb de schrijver afhaalt van de trein en dat hij/zij tussen de middag iets te eten krijgt.
Kortom de schrijver hoeft aan al die voorbereidingen geen dure schrijftijd te besteden en kan met een minimaal aantal lezingendagen voor maanden schrijftijd verdienen.
Een ding is zeker: zonder de lezingen van SSS had ik nooit mijn meer dan zestig boeken kunnen schrijven want dan was ik allang een armoedige hongerdood gestorven.
Ook is duidelijk dat één schrijversbezoek aan (gemiddeld) drie groepen honderd kinderen laat lezen. Voordat de schrijver komt maar ook daarna. Leesbevordering verzekert!

Maar het bezoek van een schrijver levert meer op dan alleen leesbevordering. Ik spreek nu even voor mezelf.
Mijn bezoek is vanaf de eerste minuut een dialoog met de groep die ik bezoek. Ze mogen alles vragen en zeggen. Ik geef overal antwoord op en ondertussen vertel ik ze hoe ik schijf, waar alle fantasie vandaan komt - van de harde schijf in je hersens waarop alles staat wat je ooit hebt gehoord gezien, gelezen, gevoeld, geproefd of ondergaan - hoe de 'echtgebeurde' herinneringen in mijn hoofd muteren tot gefantaseerd verhaal en ondertussen neem ik ze mee op reis door mijn levenservaringen die ooit begonnen in een klein beschermd tuindersdorp achter de duinen om vervolgens uit te waaieren over allerlei landen en culturen.
En grappig genoeg gaat mijn verhaal daardoor niet meer alleen over literatuur, verhalen en boeken maar over alles in het leven. Onze dialoog wordt bepaald en gevoed door wat er leeft bij al die verschillende kinderen en niet zelden komen er dan dingen ter sprake waarvan zelfs de leerkracht niet vermoedde dat het speelde in de groep of bij een bepaald kind.
Als ik me - omdat de tijd om is - los moet maken van een groep voelen we allemaal een soort euforie gemengd met teleurstelling omdat die bijzondere uitwisseling van ideeën eindigt.
Gisteren nog kreeg ik een mailtje van een volwassene die ik vijftien jaar geleden als 10 jarig kind op een school had ontmoet tijdens een schrijversbezoek. Na al die tijd herinnerden we beiden nog onze bijzondere ontmoeting van toen. De oudste fan van mijn schoolbezoeken is nu al lang moeder van grote kinderen en nog steeds hebben we contact.
Regelmatig gebeurt het op kinderboekenmanifestaties dat ouders enthousiast aan mijn stand staan te vertellen over mijn bezoek jaren geleden aan hun school en over mijn boeken die ze toen lazen. Voor hen heeft die buitengewone gebeurtenis Het Boek voor altijd bijzonder en waardevol gemaakt. En ze doen er alles aan om hun enthousiasme voor verhalen op hun kinderen over te brengen.
Ik kijk met plezier terug op al die schrijversbezoeken en doe het 37 jaar later nog met evenveel inzet. Niet als hobby voor een bos bloemen of een fles wijn, maar gewoon professioneel via SSS tegen een correcte betaling tot nu toe mogelijk gemaakt dankzij de staatssubsidie.

Thea Dubelaar


Geplaatst op 12.07.2016