Schrijver op bezoek

Over een drempel

door Janny van der Molen

'Wat fijn dat u het vraagt,' zegt een van de leerkrachten zachtjes tegen me. Ze is net de bibliotheek van Oosterwolde binnen komen wandelen met haar groep. Terwijl de kinderen een plekje zoeken, overleg ik kort met haar over de drie boeken en powerpoints die ik heb meegenomen. Welk sluit het beste aan bij haar groep?
Vandaag zal ik twee groepen ontmoeten. Later deze week nog eens vijf in twee andere Friese plaatsen. De afspraken zijn tot stand gekomen door bemiddeling van de SSS. De bibliotheken geven me alle ruimte het uur op eigen wijze in te vullen. Ik krijg daarmee de kans 175 kinderen enthousiast te maken voor lezen, voor mijn boeken en voor de onderwerpen die ik wezenlijk vind. En - heel belangrijk - ik krijg een beeld van wat er onder hen leeft.
Ik weet dat veel kinderen mijn verhaal over Anne Frank interessant vinden. Maar niet ieder kind is daar aan toe. 'Dat meisje daar met die blonde staart,' zegt de pas aangekomen juf. Ik zie een meisje met een opvallende jas. Ze ziet er uit als een van de oudere leerlingen in de groep. 'Zij is heel bang voor alles dat met oorlog te maken heeft. Ze is de hele dag van slag als we het er in de klas over hebben gehad.'
'Liever iets anders, dus?' concludeer ik. Ze knikt en kijkt bijna opgelucht.
'Prima,' zeg ik. 'Alles op z'n tijd.'
Dat uur vertel ik eerst over hoe je eigenlijk een boek maakt. Over alle stappen die je als schrijver zet van het idee voor een boek tot het moment dat het in de winkel ligt. En over alle mensen die bij dat proces betrokken zijn. Nu al hebben de kinderen veel vragen.
'Hoeveel verdient u aan een boek?'
'Schrijft u met pen en papier?'
'Hoe komt u aan uw onderwerpen?'
'Hoe lang doet u over een boek?'
En dan komt dé vraag: 'Welke van uw boeken vond u het leukst om te maken?'
Ik vertel over een van de boeken waar ik met veel plezier aan heb gewerkt (Helden!), over een boek dat ik heel moeilijk vond om te maken omdat ik mijn hersens erg moest laten kraken (Grote Gedachten, over filosofie) en een boek dat in emotionele zin heel moeilijk was; mijn boek over het leven van Anne Frank.
Het meisje met de blonde staart en de opvallende jas steekt haar vinger op.
'Kon u wel slapen toen u werkte aan het boek over Anne Frank?'
Ze kijkt me gespannen aan.
'Ik lag wel eens wakker,' gaf ik toe. 'Maar weet je, die paar nachten zijn natuurlijk helemaal niet erg als je denkt aan alles wat zij heeft moeten meemaken. Het is bijna niet voor te stellen wat er toen is gebeurd. Het is best moeilijk om het verhaal te vertellen, maar wij hebben het niet geleefd. Dát was erg. Dat zeg ik altijd tegen mezelf. En dat ik het belangrijk vind dat we het weten. Samen moeten we er voor zorgen dat het nooit weer gebeurt.'
Inmiddels heeft een ander kind een vinger opgestoken. 'Staat dat boek hier in de bibliotheek?'
'Kan school het niet kopen?'
'Ja, juf: lees het aan ons voor!'
Het meisje blijft naar mij kijken.
'Het is echt een verdrietig verhaal,' zeg ik nog. 'Je hoeft je absoluut niet te schamen als je het nog even niet wilt weten. Dat komt vanzelf.'
Maar iets in de blik van het meisje zegt me, dat ze iets heeft besloten.

Janny van der Molen


Geplaatst op 27.06.2016