Schrijver op bezoek

Mijn stagiaire zit erbij…

door Marlies Verhelst

Als kind ging ik er altijd vanuit dat iedere juf of meester en elke leraar of lerares Nederlands verzot is op boeken. Als docente Nederlands en schrijfster van kinderboeken weet ik dat de praktijk soms helaas anders is.

Vorig jaar fietste ik op mijn vrije dag naar de middelbare school waar ik twee dagen per week lesgeef. De mediathecaresses hadden voor alle brugklassers Rob Ruggenberg uitgenodigd. Er waren extra boeken aangeschaft en de openbare bibliotheek had ook extra exemplaren geleverd. 'Die stapel zal na het bezoek snel slinken,' merkte een van de mediathecaresses op. Ervaring had haar geleerd dat je als school echt een enorme stapel boeken moest hebben om de leeshonger die de gastspreker opwekte te stoppen. Zelf had ik dat jaar geen brugklas, maar ik wilde Robs bezoek niet missen. Ik was benieuwd naar zijn optreden, zijn verhalen en de interactie met de leerlingen.

Toen ik de personeelskamer inkwam, zat een van mijn collega's toetsen na te kijken. Ik begroette haar en vroeg of ze meekwam naar de aula waar over enkele minuten de gastles zou beginnen.
'Ik corrigeer,' antwoordde ze.
Ik keek op de monitor. 'Maar jouw klas gaat dit uur toch naar Rob Ruggenberg?'
'Mijn stagiaire zit erbij,' zei ze slechts en ze boog zich weer over de toetsen.
Te verbaasd voor woorden liep ik naar de aula.

Robs presentatie was geweldig. De leerlingen luisterden ademloos en mopperden toen de bel ging. Sommigen liepen het toneel op en vroegen of ze met Rob op de foto mochten. Anderen stelden nog snel een vraag. Een groepje meisjes repte zich naar de mediatheek.
'Ik wil De boogschutter van Hirado lezen,' zei een van hen. 'Nee, ik moet hem lezen!'
'Ik weet waaraan ik mijn boekenbonnen ga besteden,' zei de stagiaire. 'Ik heb gewoon zin om al Robs boeken te lezen. Morgen vraag ik in de klas na wat de leerlingen van de gastles vonden.'

Een schrijversbezoek is dé manier om kinderen op een leuke manier tot lezen aan te zetten. En het werkt ook stimulerend op (de meeste) leerkrachten en docenten.

Afgelopen maandag bezocht ik twee kleutergroepen, een groep 3 en een groep 4 van een Rotterdamse basisschool. De juffrouw die het organiseerde, werkte niet op maandag, maar kwam speciaal naar school om mij te ontvangen en om in ieder geval twee van de vier lessen bij te wonen. 'Dan weet ik wat de kinderen beleefd hebben en kan ik aan het schrijversbezoek een vervolg geven in de klas,' vertelde ze me.

Ze luisterde ademloos mee toen ik voorlas uit Feestmaal voor de koning, deed leuk mee met het dierenraadspel, sidderde net als de kinderen toen de enge-dingen-doos openging en zong uit volle borst mee met het Feestmaallied. En ging ze na twee gastlessen weg? Nee! Ze is bij alle vier de lessen aanwezig geweest. 'Ik was zo benieuwd naar de les voor de kleuters. En die in mijn eigen kleuterklas wilde ik toch ook niet missen.' Na afloop bedankte ze me uitgebreid. 'Ik heb genoten,' zei ze. 'Het stond al in de planning, maar morgen ga ik direct een aantal leesboeken voor school bestellen. Lezen is zo belangrijk. En zo leuk!'

Je gunt elke klas toch zo'n leerkracht? En voor een klas met een minder belezen leerkracht hoop je dat een collega een schrijver uitnodigt. Zoals de stagiaire ook weken later nog enthousiast met leerlingen sprak over het bezoek van Rob Ruggenberg, zo werkt een schrijversbezoek bijna altijd langer door.

Marlies Verhelst, schrijfster van kinderboeken (o.a. Feestmaal voor de koning) en docente Nederlands


Geplaatst op 20.06.2016