Schrijver op bezoek

Schoolbezoek - een impressie

door Janneke Schotveld

'Wie leest er wel eens een boek?' vraag ik.
Aarzelend gaan er een paar vingers omhoog. Kinderen kijken om zich heen. Is het veilig om je vinger op te steken? Ja. Steeds meer vingers gaan omhoog.
Dan vertel ik mijn favoriete weetje. Ik breng het als een spannend verhaal.
Ik vertel ze dat professoren (m/v) een heel uitgebreid onderzoek hebben gedaan, jarenlang, onder duizenden kinderen. En dat ze toen iets ontdekt hebben... (tromgeroffel)
'Kinderen die lezen, zijn slimmer dan kinderen die dat niet doen.'
Verbazing op de gezichten.
'Het is echt waar,' zeg ik. 'Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen basisslimheid, maar je kunt die een behoorlijk eind oprekken door een kwartiertje (of meer) per dag te lezen. Je leert zo wel duizend nieuwe woorden per jaar, zonder dat je het merkt.'
Weer gaan er vingers de lucht in.
'Ik lees iedere avond in bed, wel een uur.'
'Ik ook!'
'Ik ook!'
'Ik lees als ik uit school kom.'
'We lezen toch elke dag een kwartier op school?' roept altijd wel een slimmerik. (die leest zeker veel.)
Vervolgens laat ik ze zien hoe een boek gemaakt wordt. Dat schrijvers ook fouten maken, dat illustreren echt een vak is. En ik vertel hoe ik als schrijver dingen uit mijn eigen leven gebruik in mijn boeken. Vervelende mensen, gekke winkeltjes, dieren. Het gaat erin als koek.
Dan lees ik een spannend stukje voor uit een van mijn boeken en eindig met een cliffhanger.
'Willen jullie weten hoe het afloopt?'
Koor: 'Jaaa.'
'Dat zeg ik niet.'
Koor: 'Oooh.'
Ik vertel voor degene die nog niet overtuigd is, dat het met lezen net zo is als met eten. Je zegt ook niet: "ik hou niet van eten." Er is zoveel eten dat er altijd wel iets is wat je lust. Zo is het met boeken ook. Er zijn zoveel boeken, er zit altijd wel iets tussen wat jou raakt. Soms moet je wat langer zoeken en soms is het handig als je bijvoorbeeld je juf (m/v) of iemand bij de bibliotheek om hulp vraagt.
Tot slot doe ik De Grote Boekenquiz. En zelfs degene die dacht geen lezer te zijn blijkt een heel eind te komen.
Welk jongetje verandert er bij volle maan in een weerwolf?
Wie sliep er honderd jaar?
Welke jonge meester woont nog bij zijn moeder?
Wie is er heel sterk, heeft een kist met goud, een paard een aap en twee rode vlechten?
Ik vertel ze ook hoe bijzonder het is dat Pipi al zestig jaar oud is en zij haar nog steeds kennen. De meeste hoofdpersonen worden gauw vergeten. De schrijver die er eentje verzint die jaren meegaat heeft het dus heel goed gedaan.
Het uur is bijna voorbij, de kinderen mogen vragen stellen. Zijn die er nog dan?
Alle vingers gaan omhoog.

Gedurende het schooljaar bezoek ik gemiddeld zo'n twee scholen per week, in het hele land. Wat mij betreft is er geen beter leesbevorderingsmiddel dan een Echte Schrijver in de klas. Ook bij 'lastige' klassen zie ik dat er altijd een paar kinderen toch geraakt worden. Of ik zie het kwartje vallen bij de juf of meester. Ook krijg ik voor en na regelmatig mailtjes van leerkrachten, kinderen èn ouders. Mijn bezoeken zijn allang geen 'reclame' meer voor mijn boeken. Ik maak reclame voor lezen. En dat werkt.

Janneke Schotveld


Geplaatst op 19.06.2016